Mbo, hbo of universiteit: welke vervolgopleiding past bij jou?

Main

Na de middelbare school sta je voor een flinke keuze: ga je naar het mbo, het hbo of de universiteit? Veel scholieren denken dat het vooral om niveau gaat, maar dat is maar een deel van het verhaal. Minstens zo belangrijk is hoe jij het liefst leert, wat je wilt gaan doen en hoeveel tijd je aan een opleiding wilt besteden.

In dit artikel zetten we de drie routes naast elkaar. Zo zie je in één oogopslag waar de verschillen zitten en welke richting het beste aansluit bij jouw manier van werken en denken.

Hoe je leert: doen, toepassen of onderzoeken

Op het mbo staat de praktijk centraal. Je leert een vak door het te doen, vaak in praktijklokalen en tijdens stages bij echte bedrijven. Bij de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) werk je zelfs het grootste deel van de week en ga je één of twee dagen naar school.

Het hbo zit tussen theorie en praktijk in. Je krijgt colleges en werkt aan projecten, vaak in groepjes en met opdrachten uit het bedrijfsleven. Het doel is dat je kennis leert toepassen in een beroep, zoals verpleegkundige, leraar of ingenieur.

Op de universiteit (wo) ligt de nadruk op theorie en wetenschappelijk onderzoek. Je leest veel, analyseert bronnen en leert kritisch nadenken over vragen waar nog geen pasklaar antwoord op is. Je moet hier behoorlijk zelfstandig kunnen werken, want je wordt minder aan de hand meegenomen.

Toelating: wat heb je nodig?

Welke deur voor je openstaat, hangt af van je vooropleiding. Daarnaast vragen sommige opleidingen om bepaalde vakken in je profiel of hebben ze een selectieprocedure. Check dus altijd de specifieke eisen van de opleiding die je interessant vindt.

  • Mbo: voor niveau 2 tot en met 4 heb je meestal een vmbo-diploma nodig; de entreeopleiding vraagt geen diploma.
  • Hbo: toegankelijk met een havo-, vwo- of mbo-diploma op niveau 4.
  • Universiteit: toegankelijk met een vwo-diploma, of met een hbo-propedeuse of afgeronde hbo-bachelor.
  • Let op vakeisen: voor bijvoorbeeld techniek of geneeskunde moet je vaak wiskunde of natuurkunde hebben gehad.

Hoe lang ben je bezig?

Een mbo-opleiding duurt, afhankelijk van het niveau, één tot vier jaar. Daardoor kun je relatief snel aan het werk. Een hbo-bachelor duurt in de regel vier jaar, waarvan een deel uit stages bestaat. Wil je korter studeren, dan is een associate degree van twee jaar een optie.

Aan de universiteit doe je eerst een bachelor van drie jaar. Daarna volgen de meeste studenten nog een master van één of twee jaar, omdat veel functies om een masterdiploma vragen. Reken dus op vier tot zes jaar in totaal. Wil je verhalen lezen van leeftijdsgenoten die deze keuzes al hebben gemaakt, of zelf een vraag stellen, dan kun je terecht op Scholierencommunity.nl, waar scholieren ervaringen en vragen over allerlei opleidingen delen.

Loopbaankansen na je diploma

Met een mbo-diploma ben je direct inzetbaar als vakkracht. Denk aan monteur, kok, doktersassistent of ICT-medewerker. In veel van deze beroepen is veel vraag naar personeel, waardoor je goede kansen hebt op werk.

Hbo-afgestudeerden komen vaak terecht in functies waarin ze zelfstandig werken, projecten leiden of een vak met meer verantwoordelijkheid uitoefenen. Universitair afgestudeerden kiezen vaker voor onderzoek, beleid, advieswerk of specialistische beroepen zoals arts, jurist of psycholoog.

Het salaris ligt gemiddeld hoger naarmate je opleidingsniveau stijgt, maar dat is geen wet. Een gewild vakmanschap kan net zo goed lonen, en plezier in je werk telt minstens zo zwaar mee.

Doorstromen is altijd mogelijk

Je keuze ligt niet voor altijd vast. Veel studenten beginnen op het mbo en stromen daarna door naar het hbo. Wie het hbo afrondt, kan via een schakelprogramma naar een universitaire master. Andersom stappen sommige universiteitsstudenten over naar het hbo omdat ze merken dat ze liever praktisch bezig zijn. Een omweg is dus geen verloren tijd: het helpt je juist om erachter te komen wat bij je past.

Zo maak je een keuze

Vraag jezelf eerlijk af hoe je het liefst leert en waar je energie van krijgt. Bezoek open dagen, loop mee met een student en praat met mensen die het beroep uitoefenen dat je aanspreekt. Zo krijg je een beeld dat verder gaat dan een folder.

Er bestaat geen beter of slechter pad, alleen een pad dat beter of minder goed bij jou past. Neem de tijd, verzamel informatie en durf te kiezen. Blijkt het later toch anders te lopen, dan zijn er genoeg mogelijkheden om bij te sturen.